1. 2015

      • Date string
        17/08/2015
        Title
        Presentatie van OASE 94 met Rem Koolhaas op donderdag 3 september 2015 in de Kunsthal
        Educated text tagged
        Op donderdag 3 september 2015 wordt OASE 94, gewijd aan het vroege werk van OMA/Rem Koolhaas, voorgesteld in het auditorium van de Kunsthal in Rotterdam.

        De samenstellers van dit nummer, Christophe Van Gerrewey en Véronique Patteeuw, zullen met Rem Koolhaas in gesprek gaan over de eerste tien jaar van het Office for Metropolitan Architecture, 1972-1989.

        Deuren openen om 19:00 uur, het programma start om 19:30 uur. Toegangsprijs 10 of 27,50 euro (inclusief een exemplaar van OASE 94).
        Gelieve uw tickets via e-mail te reserveren: info@nai010.com.


    2. 2015

        1. Date string
          12/08/2015
          Title
          OASE 94: wedstrijd Parc de la Villette 1982 - CORRECTIE
          Educated text tagged
          Bernard Tschumi heeft de redactie van OASE ingelicht over een fout in de tekst van George Baird, gepubliceerd in OASE 94 (OMA De eerste tien jaar), over de wedstrijd voor het Parc de la Villette in 1982. Bernard Tschumi heeft niet deelgenomen aan deze wedstrijd samen met Alexandre Chemetoff. Er was geen gedeelde inzending van Tschumi en Chemetoff. Het landschapsontwerp voor het Parc de la Villette (125 hectare) is volledig de verantwoordelijkheid van Bernard Tschumi (Chemetoff werd enkel uitgenodigd door Tschumi om een kleine verzonken bamboo tuin te ontwerpen van slechts 2 hectare). Enkel het voorstel van Tschumi won met een meerderheid van de stemmen van de 21-koppige jury.
          In reactie op het bericht heeft George Baird gevraagd om het volgende statement publiek te maken: ‘Ik dank Bernard Tschumi voor de correctie van de credits bij zijn winnende inzending voor de wedstrijd voor Parc de la Villette, en bied hem - en de lezers van OASE - mijn excuses aan voor deze foutieve toeschrijving.’ In de digitale versie van OASE 94, die volgend jaar gepubliceerd zal worden, zullen de credits worden gecorrigeerd.
          De redactie van OASE verontschuldigt zich voor dit misverstand, bij alle betrokken partijen en bij de lezers van het tijdschrift.

      • 2015

          1. Date string
            09/07/2015
            Title
            Call for papers OASE 96 | SOCIAL POETICS _ de architectuur van gebruik en
            Educated text tagged
            SOCIAL POETICS _ de architectuur van gebruik en toe-eigening

            Els Vervloesem, Marleen Goethals, Hüsnü Yegenoglu, Michiel Dehaene

            Dit nummer van OASE plaatst zich in een traditie die een centrale rol toekent aan gebruik en toe-eigening in het denken over architectuur. De nadruk op gebruik en toe-eigening behoort tot een meervoudige kritiek van de architectuur. De kritiek op een vulgair functionalisme ten voordele van een open interpretatie van de relatie tussen vorm en gebruik (Rossi). De kritiek op de architectuur (en stad) als commodity door net de gebruikswaarde en niet de ruilwaarde centraal te plaatsen (Lefebvre). De kritiek van de hegemonie van ontwerp (en ontwerper) ten voordele van ontwerppraktijken die het gebruik en de gebruiker centraal stellen (Jacobs, Gehl).

            Dit OASE nummer gaat in op de opmerkelijke revival van architectuurvormen die zich richten op gebruik en toe-eigening in de ontwikkeling van een sociaal kritische architectuur. Hoe kunnen ontwerpers ervaring en gebruik meenemen in een ontwerpproces en architectuurproject? Is dit een vanzelfsprekendheid of een werkpunt? In welke mate kunnen en willen ontwerpers zich mee inschrijven en engageren in het proces van gebruik en toe-eigening?

            Tussen het geloof in de autonomie van architectuur enerzijds en heteronomisch ontwerp dat de gebruiker centraal stelt, zit een breed spectrum aan praktijken die op een radicale manier de traditionele scheiding tussen ontwerp en gebruik in vraag stellen. De tegenstelling tussen ontwerp en gebruik, tussen autonomie en heteronomie, wordt in dit nummer niet opgevat als een op te lossen kwestie maar als een productief spanningsveld waarbinnen architectuur gemaakt wordt, als een wisselwerking die ruimtelijk wordt gearticuleerd en waaraan architectuur en stad betekenis kunnen ontlenen. Kortom, OASE #96 gaat op zoek naar architectuurprojecten die op de poetica van het gebruik inzetten in de productie van architecturale betekenis.

            Call for papers

            We zijn op zoek naar bijdragen van maximum 1500 woorden over kritische architecturale of stedenbouwkundige ontwerppraktijken die gebruik en toe-eigening inzetten als betekenis scheppend materiaal. Het centraal stellen van een serie praktijken is in dit nummer een bewuste keuze om op basis hiervan zowel case-gebonden als collectieve inzichten, ideeën en argumentaties te voeden. Zo willen we een stap verder zetten dan de eerder polemische architectuurtheoretische discussies die in het verleden over dit onderwerp zijn gevoerd. We vragen de auteurs om in hun paper nadrukkelijk in te gaan op de positie die door henzelf of een ander ontwerper is opgenomen in het scheppen en articuleren van gebruik. Het gaat om een presentatie van een specifiek project of ontwerppraktijk die licht werpt op het inhoudelijk kader, de achterliggende motivaties en de specifieke context van waaruit deze praktijk werd ontwikkeld.

            De centrale vraag in dit OASE nummer is hoe ontwerp zich pro-actief inlaat met de toekomstige gebruiker en/of gebruiksmogelijkheden. Dit gaat om veel meer dan de legitimatie van ontwerpkeuzes door gebruik en beperkt zich niet louter tot discussies rond gebruikersparticipatie of user-centred design. Het gaat bijvoorbeeld ook om ontwerppraktijken die actief de gebruiksmogelijkheden van een ruimte her-conditioneren door het publiek of privaat karakter, de toegankelijkheid, de zichtbaarheid, etc. ervan te wijzigen.  Net zo goed kan het gaan om projecten die zich aan de publiek-private tegenstelling onttrekken, collectieve werelden scheppen, nieuwe commons introduceren, tegenwerelden van de stedelijke regelmaat. Het is ons ook te doen om praktijken die voorbij de klassieke opdeling tussen bouwheer, ontwerper en gebruiker denken, en die ontwerp binnen een ruimere ecologie van actoren en gebruikers plaatsen. We zijn geïnteresseerd in praktijken die blijk geven van een sterk bewustzijn van de mogelijke positieve of negatieve sociale impact van architecturale of stedelijke interventies en die hier op anticiperen. Onder meer praktijken die de gebruikswaarde van de stad in bescherming nemen tegen grondspeculatie en harde vernieuwing horen hier thuis. We zoeken naar ontwerppraktijken die gebruik opvatten als een leerproces en samen met gebruikers de betekenis van architectuur exploreren. Er is plaats voor projecten rond hergebruik, her-toe-eigening en het hergebruik van gebouw elementen en materialen. We zijn geïnteresseerd in projecten die werken met sporen van gebruik (cf. usure), die gebruik zien als patina eerder dan sleet. Ook in de verhouding tussen architectuur en inrichting, meubilair en gebruik liggen mogelijke sleutels voor een architectuur van de toe-eigening.  We willen ingaan op meervoudige toe-eigening en gebruik, maar ook op de verschillende temporaliteit van gebruik, tijdsvensters en ritmes, tijdelijk en permanent.

            Deadline voor volledige papers 20 augustus 2015

            Papers kunnen zowel in het Engels als het Nederlands worden geschreven.
            Wie dit wil kan contact opnemen met de editors om mogelijke bijdragen te bespreken.
            De selectie zal gebeuren in functie van de kwaliteit van de papers en de diversiteit aan voorgestelde praktijken.

            evervloesem@architectureworkroom.eu
            Michiel.Dehaene@ugent.be


        • 2015

            1. Figure/afbeelding 1
            2. Figure/afbeelding 2
            3. Figure/afbeelding 3
            4. Figure/afbeelding 4
            5. Figure/afbeelding 5
          • Date string
            15/05/2015
            Title
            Doorschijnende tegenstellingen. Het voorstel van OMA voor de architectuurbiënnale van 1980 in Venetië. Léa-Catherine Szacka in gesprek met Rem Koolhaas en Stefano de Martino
            Educated text tagged

            Tentoonstellingen en performatieve ruimtes staan sinds lang centraal in het werk van OMA – en nu voornamelijk van AMO. Twee sleuteltentoonstellingen uit de late twintigste eeuw bakenen ruwweg dezelfde tijdsperiode af als OASE 94, waarvan de titel verwijst naar de OMA-expositie The First Decade in 1989 in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Enerzijds is er OMA’s aanwezigheid in de Strada Novissima op de eerste internationale architectuurtentoonstelling van de Biënnale van Venetië, waarvoor een gevel werd ontwikkeld tussen 1979 en 1980, en anderzijds is er de tentoonstelling Deconstructivist Architecture die opende in juni 1988 in het MoMA in New York. Toch is de gevel voor de Strada Novissima afwezig in elke OMA-chronologie. Wat is de betekenis van het project en waar stond het voor? Wat waren de overeenkomsten tussen OMA’s polemische deelname en andere projecten waarin Koolhaas’ paradoxale geschiedenisopvatting oplicht?

             Léa-Catherine Szacka [LCS]: In 1980 werd OMA uitgenodigd als een van de 20 architectuurbureaus in de Strada Novissima op de architectuurbiënnale van Venetië, getiteld The Presence of the Past. Vorig jaar, in de catalogus van de 14e biënnale, verwees je naar die tentoonstelling, door te stellen dat de expositie aanvoelde als het einde van de architectuur zoals die toen bedreven werd, en door te verwijzen naar het begin van het Reagan-tijdperk in 1981 en de opkomst van het neoliberalisme. De Strada Novissima was een marktplaats, de perfecte performatieve ruimte voor consumptie. Hoe heb je dat ‘postmoderne’ sleutelmoment ervaren?

            Rem Koolhaas [RK]: Ik denk dat in het jaar 1980 het postmodernisme op een enorme schaal werd geïntroduceerd in Europa. Ik heb het altijd gezien als de stijl bij uitstek van de economie van de vrije markt. Er was sprake van een vreemde tegenstelling: waarschijnlijk hadden de initiatiefnemers achter de tentoonstelling de indruk dat ze bezig waren met een zeer intellectuele onderneming, met een belangrijke historische verfijning en dimensionering. Maar ik heb die tentoonstelling eigenlijk ervaren als de eerste manifestatie van de vrije markt. De Strada Novissima toonde wat een architectuur aangedreven door de markteconomie zou impliceren.

            afbeelding 1: Strada Novissima, Architectuurbiënnale Venetië 1980 (© Paolo Portoghesi).

            LCS: Het ging niet om het begin van het postmodernisme, het was enkel de verspreiding ervan naar een groter publiek.

            RK: Het was het moment waarop het postmodernisme Europees werd. Ik woonde in New York in de jaren ’70, dus ik was erbij toen het Amerikaanse postmodernisme geboren werd en toen de argumenten ervoor werden ontwikkeld. Ik had een duidelijk overzicht op alle auteurs en op de manier waarop ze contact hadden. Ik was alert voor wat het postmodernisme impliceerde en ik was geschokt toen ik me realiseerde dat het Europa bereikt had. Dat is waarschijnlijk waarom ik geprobeerd heb om er een sterke oppositie tegen te voeren. Deelnemen aan de architectuurbiënnale van 1980 bood de gelegenheid om mijn verzet manifest te maken.

            LCS: In de catalogus staat dat jullie gevraagd werden een gevel te ontwerpen: ‘uw woning of een persoonlijk museum, een ruimte voor de tentoonstelling en de “verkoop” van uw eigen ideeën’. Met andere woorden: een reclamebord of een zelfportret. Jullie maakten een vrij eenvoudig ontwerp: een half doorzichtig canvas, dat het Arsenale ontblootte. Opgetild in de linkerbenedenhoek, was het textiel doorprikt met een rode paal met daarop een neon bord voor OMA (of AMO). De gevel was geen kopie van een gevel uit een ander project. Het was zelf een project. Hoe kwam het tot stand?

            RK: Stefano maakte de tekeningen. We hebben het altijd moeilijk gevonden om gevels te ontwerpen dus dit project confronteerde ons in zekere zin met onze onkunde. We moesten een soort anti-gevel of een non-gevel maken.

            Stefano de Martino [SdM]: Het stuk canvas was een tijdelijk scherm – de enige toegift aan een aanwezigheid in het exterieur was het OMA neon bord. We speelden het formalistische spelletje niet mee, en bewezen dat architectuur uit heel weinig kan bestaan, dat je je kan concentreren op de inhoud.

            afbeelding 2: Strada Novissima, OMA/Rem Koolhaas, tekening Stefano de Martino (© OMA).

            LCS: Rem, in 2011 zei je in een interview met Charles Jencks in Architectural Design: ‘We voelden ons ongemakkelijk bij de notie van de straat.’

            RK: Ik had een hekel aan het idee een gevel te moeten maken, zeker een gevel die jezelf moest representeren. Dus er waren essentieel een aantal dingen die we wilden vermijden.

            SdM: Ja, en de biënnale bevestigde dat we op het juiste spoor waren. Het besef in de minderheid te verkeren was opwindend. We maakten heel wat mensen boos. De anderen maakten deel uit van een kamp: de ‘morfologisten’ beschouwden steden als brokken kaas die je in stukjes snijdt, en dan had je diegenen die aan niets anders konden denken dan aan de ‘wow factor’ van hun bedenksels… We probeerden te zien wat essentieel was, vooraleer je stenen nodig hebt. Van zodra je een systeem van relaties hebt, dan heb je architectuur.

            LCS: Jullie gevel werd net als alle andere gerealiseerd door de decorbouwers van Cinecittà. Hoe veranderde deze verplichte samenwerking tussen architectuur en cinema het resultaat? Zouden we kunnen spreken van een fictief element in de gevel? RK: Onze gevel was fundamenteel anders, en werd niet eens gemaakt door technici van Cinecittà. Toch denk ik dat de rol van Cinecittà in de tentoonstelling heel interessant was: het was een vroege aanwijzing hoe onsubstantieel architectuur was geworden. Delirious New York ging daar ook over: tonen dat architectuur niet langer substantieel was – architectuur was een illusie.

            SdM:
            We hebben ons nooit overgegeven aan façadisme. Misschien omdat het nu alleen nog over gevels gaat, hoor je dat woord niet meer, maar toen was het een belediging. We zagen de Strada Novissima als een soort postmodern Potemkindorp. We kenden de geïnviteerde architecten, dus we konden goed inschatten wat er zou gebeuren. We wisten dat het een afschuwelijke pastiche zou zijn. Ons project bewoog in een andere richting: het was efemeer, niet-referentieel, en het produceerde een eigen logica, die in plaats daarvan een situatie definieerde.

            LCS: Achter de gevel presenteerden jullie twee projecten die met behoud te maken hadden: het ene voor een middeleeuws fort, de uitbreiding van het Nederlandse parlement in Den Haag (1978); het andere voor de renovatie van de panoptische gevangenis in Arnhem (1980). Deze projecten resoneren met het gebaar van de muur: ze gaan over het openen van een muur, over het creëren van een bres. Hoe en waarom werden deze projecten getoond?

            RK: We hadden niet veel werk, en met die projecten waren we op dat moment bezig. Toevallig waren ze beide gericht op de conversie van een historische site. De aanpak paste niet bij de tentoonstellingsmentaliteit. Het was een gerichte demonstratie van hoe geschiedenis op een andere manier benaderd kan worden. Het was enkel toen ik aan Cronocaos begon te werken dat ik me realiseerde wat voor een consistent thema dat geweest is in ons werk. Tot op zekere hoogte ben ik een kind van die tegengestelde mentaliteit, maar het is op een andere manier tot uitdrukking gekomen.

            SdM: Naast de grote houtskooltekeningen, de waterverfschilderijen en de kleine maquettes onder plexiglas, was ook Rems tekst ‘Our New Sobriety’ aanwezig, met de stelling dat ‘het plan van primordiaal belang is’. Ik herinner me dat veel mensen verward waren: ‘Wat zegt hij eigenlijk? Ma che…?!’ Maar dat was de echte boodschap. Rem schreef de tekst in nauwelijks tien minuten, in Londen. Dit manifest werd later gepubliceerd in de catalogus voor OMA’s eerste retrospectieve aan de AA, in 1981.

            RK: Samen met onze non-gevel was de tekst een manier om differentie te verzekeren.

            afbeelding 3: Strada Novissima, OMA/Rem Koolhaas (© Charles Jencks).

            LCS: Het project voor de Strada Novissima werdgelijktijdig uitgewerkt met de studie voor Boompjes Rotterdam (1980) en voor woningprojecten in Berlijn: Kochstrasse/Friedrichstrasse (1980) en Lützowstrasse (voor IBA 1984).

            RK: Voor de Boompjes werden we uitgenodigd na de biënnale. Het was het moment waarop mijn wegen en die van Elia Zenghelis uit elkaar liepen. Het project voor het Nederlandse parlement was nog steeds een samenwerking, maar het ontwerp voor de gevangenis hebben we zelf gemaakt. De scheiding had niet met issues te maken, het werd gewoon moeilijk om een architectuurbureau verder uit te bouwen, als een team. Ik denk niet dat de biënnale deze projecten beïnvloed heeft, en evenmin omgekeerd, maar het zou kunnen dat het project voor Boompjes mogelijk werd door de biënnale, dat het ons geholpen heeft om die opdracht te bemachtigen. Heel wat dingen kwamen samen: in 1978 publiceerde ik Delirious New York, toen wonnen we bijna de wedstrijd voor het Nederlandse parlement, en toen kwam de biënnale.

             SdM: Het project voor Koch/Friedrichstrasse was een alternatief voor het idee van de stad op dat moment – de straat, gevels maken, blokken reconstrueren… Het model was het huis met een binnentuin, dat een grens heeft maar geen gevel, en een leegte in het centrum, de omkering van een blok. Naast de Berlijnse muur, op een site met nauwelijks nog inhoud, lijkt dat bijna contextueel…

            LCS: Hoe zit het met de verwantschappen tussen de Strada en latere OMA-projecten?

            SdM: De polemiek was relevanter dan het project zelf. Met de voorstellen voor de Wereldtentoonstelling in Parijs, vlak na de wedstrijd voor Parc de la Villette in 1982, ontwikkelden we een immateriële,efemere architectuur om representatie te vermijden, vooral in verhouding tot de nationale paviljoenen. Architectuur als een nationale representatie wordt erg exhibitionistisch: het gaat alleen nog over gevels. In ons voorstel organiseert het plan de activiteiten op twee sites, geconcentreerd op de systemische aspecten van het programma, zodat condities tot stand komen voor specifieke interpretaties. Het was abstract, maar we hadden er geen moeite mee – en het was heel plezant – om dat te vertalen in scenario’s door middel van collages.

            LCS: Het project voor de Strada Novissima wordt niet vermeld in officiële chronologieën, niet in S,M,L,XL, en evenmin op de website van OMA. Beschouwen jullie het als een architecturaal project of eerder als een discursieve onderneming, een tekst, getransformeerd in efemere architectuur?

            RK: Ik denk dat dit project belangrijk was omdat we voor het eerst herkend werden als onderdeel van een officiële groep. Het is een overzicht eerder dan een bewuste repressie. Het heeft er ook mee te maken dat het bureau toen eigenlijk fictief was. Stefano de Martino en ik, wij werkten bij mij thuis. Het was eerder een pre-kantoor.

            afbeelding 4: Strada Novissima, OMA/Rem Koolhaas (© Charles Jencks).

            LCS: Als we jullie gevel postmodern lezen, moeten we de façade dan beschouwen als een teken (Venturi), een historisch fragment (Rossi) of een communicatiemiddel (Jencks)?

            RK: Natuurlijk wilden we iets aantrekkelijks maken in de straat. We maakten het neon bord om een opvallende en misschien zelfs Amerikaanse aantrekkelijkheid te vinden – een soort Venturiaans teken. Het grappige was dat Venturi, op dat moment, erg bekritiseerd werd, zelfs in America. In New York werd de scene gedomineerd door Peter Eisenman en Robert Stern, en beiden waren het erover eens dat Venturi niet mocht meedoen.

            LCS: Waaraan?

            RK: Hij mocht niet meedoen aan alles waaraan hij zou kunnen meedoen: boeken, architectuur, geschiedenis… Ze waren verenigd in hun haat en hun afkeer voor Venturi. Ik was close met Eisenman, maar ik was ook close met Venturi. Ik heb Eisenman altijd gezegd dat een van de zwakten van zijn intellectuele positie zijn polemische blindheid was. Nochtans is het onderdeel van mijn lezing van de biënnale van 1980 dat Stern gewonnen heeft.

            LCS: De tentoonstelling werd gekaapt en werd ervaren als een uiting van historicisme?

            RK: Of het om historicisme gaat, kan me niet echt schelen, maar Stern won gewoon op het vlak van invloed. En daarmee werd het een commercieel uitgangspunt, een vertegenwoordiging van het soort postmodernisme dat de geprefereerde stijl voor ontwikkelaars werd. Dat was erg zichtbaar en ik denk dat de Europeanen zo naïef waren dat ze dat niet door hadden.

            LCS: Portoghesi, toen hij begon met de imposante taak de biënnale te organiseren, vroeg Charles Jencks maar ook Robert Stern, Christian Norberg-Schulz, Vincent Scully en Kenneth Frampton om deel uit te maken van het organiserend comité. Frampton stapte er al snel uit omdat hij het niet eens was met de curatoriële en theoretische posities. Wie denk je dat verantwoordelijk was voor jouw aanwezigheid?

            RK: Ik denk dat het Jencks was. Ik kende Portoghesi niet. Op de biënnale heb ik zijn hand geschud, maar ik heb nauwelijks met hem gepraat. Nu, terugblikkend, denk ik dat hij een heel interessante architect is. Maar met Jencks en Frampton verkeerde ik in een extreem onstabiele relatie. Ik was een vriend van Jencks sinds 1968, toen ik hem ontmoette aan de AA. Natuurlijk was ik het totaal oneens met zijn posities, en dat is nog steeds het geval, maar we bleven goede vrienden. Een tijdje later, in de jaren ’70, raakte ik bevriend met Frampton. In de jaren ’70 was ik het eens met zijn positie. Toen ik Delirious New York aan het schrijven was werd hij meer en meer negatief over mijn werk. Hij dacht dat het vreselijk was om over Dalí te schrijven. Aan het begin van de jaren ’70 had Frampton een goede indruk van mij; aan het eind van het decennium maakte ik een slechte indruk.

            afbeelding 5: Strada Novissima, Architectuurbiënnale Venetië 1980 (© Paolo Portoghesi).

            LCS: Nog een andere ‘officiële groep’ diende zich acht jaar later aan, toen jullie deelnamen aan de tentoonstelling Deconstructivist Architecture in het MoMA.

            RK: de Strada Novissima ondersteunde en onderschreef de meerderheid van de deelnemers de boodschap van de tentoonstelling. Ze dachten dat ze iets bijzonders naar voor konden schuiven. Maar niemand wou een deconstructivist zijn. Op die manier was 1980 het allerlaatste moment waarop een soort van coherentie ontstond tussen architecten. In 1988 was dat onmogelijk geworden.

            LCS: De Strada Novissima was het einde van een overeenkomst tussen architecten?

            RK: Precies. Als er iemand verantwoordelijk was voor Deconstructivist Architecture, dan was het Philip Johnson. Hij voelde echt de nood om zijn macht opnieuw te vestigen en om een agenda uit te schrijven. Hij was ervan overtuigd de echte curator van de 20e eeuw te zijn.

            LCS: Als de inzet van Johnson politiek was, dan kan dat ook zo zijn voor die van Portoghesi. Hij was erg close met Bettino Craxi die aan het hoofd stond van de PSI in 1980 en eerste minister was tussen 1983 en 1987. Voelde je een politieke agenda in 1980? Was de tentoonstelling gelinkt aan het politieke klimaat, aan de spanning van de anni di piombo?

            RK: Dat heb ik volledig gemist, gedeeltelijk omdat ik tot 1979 in Amerika woonde. Het is pas sinds de laatste twintig jaar dat ik de Italiaanse politiek beter ben gaan begrijpen. Misschien werd in 1980 de mogelijkheid benadrukt van een vrolijker Italië, maar dat zou toen niet bij me opgekomen zijn.

            LCS: Wat gebeurde er daarna? Het is moeilijk om de impact van een tentoonstelling te onderschrijven of te meten, maar het is interessant om de sprong te bevragen van de straat van papier maché naar de postmoderne architectuur van de jaren ’80. Sommigen beschouwen de IBA, de Internationale Bauaustellung in Berlijn, als een verplaatsing van de Strada naar de stad.

            RK: Er is zeker een connectie. Het is moeilijk: op een gegeven moment hangt er iets in de lucht.

             SdM: IBA heeft veel aan de Strada te danken. In 1979 werd IBA overgenomen door Josef Paul Kleihues en Vittorio Lampugnani, die het idee naar voor schoven van kritische reconstructie, om een stad op te vullen die op grote schaal inwoners aan het verliezen was. Ze werkten met het idee om straten te completeren waar er geen straten meer over waren, een beetje zoals Woody Allen die de Leider uit zijn eigen neus kloont in de film Sleeper… En natuurlijk: het cadavre exquis dat de Strada Novissima typeerde toonde dat je diversiteit tot stand kon brengen binnen een strikt schema.

            LCS: Was het belangrijk om deel uit te maken van die vibe aan het begin van de jaren 1980?

            RK: Ik hou ervan om deel uit te maken van een groep, maar wanneer het zover is vind ik het vreselijk oncomfortabel. Ik voelde waarschijnlijk een mengeling van angst en plezier.

            LCS: Je hebt op een gegeven moment gezegd dat je niet zo anders was dan de anderen in de Strada Novissima.

            RK: Nee, ik was niet zo anders. Dat is hele punt van Delirious New York: overdrijf de verschillen. Je hebt er geen idee van hoe controversieel het toen was om rond New York te werken. Iedereen dacht dat het een ernstige vergissing was en een irrelevant onderwerp. En dat is waarom ik altijd geïnteresseerd ben geweest in Venturi en Scott Brown. Omdat ik me realiseerde dat zij erg slim en creatief waren, in de manier waarop ze naar de dingen keken. Daar wilde ik deel van uitmaken.

            LCS: Dus, terugblikkend, was je zelf ook postmodern?

            RK: Ik weet het niet. Ik denk dat iedereen postmodern is. Eén tentoonstelling waar ik met plezier deel van heb uitgemaakt was Les Immatériaux in het Centre Pompidou in 1985. Daar voelde ik me echt thuis, meer dan op de biënnale, en veel meer dan op de tentoonstelling Deconstructivist Architecture. Op Les Immatériaux toonde ik het project voor de Boompjes, dat trouwens erg gelijkaardig is aan de Rotterdam die we recent (en eindelijk) hebben afgewerkt. Ik voelde me verwant met die tentoonstelling omdat de expositie niet verbonden was met een architecturale beweging: er werd een manier van denken voorgesteld langs een conditie om. Ik heb me altijd meer verbonden gevoeld met Lyotard en Latour en andere Franse intellectuelen dan met om het even wie in America of Engeland. Het was opwindend! Het was Pompidou op z’n best en meest diepgaand. Het had niets te maken met materie of substantie – het had te maken met denken.

             Vertaling uit het Engels: Christophe Van Gerrewey





        • 2015

          • Date string
            16/04/2015
            Title
            Nu verkrijgbaar: OASE 94. OMA. De eerste tien jaar
            Educated text tagged
            Dit themanummer van OASE werpt een nieuw licht op de architectuurproductie van OMA tijdens de eerste tien jaar (1978-1989) – een mythische maar tegelijkertijd niet erg bekende periode in de geschiedenis van het wereldberoemde bureau van Rem Koolhaas.
            De gerealiseerde en niet-gerealiseerde voorstellen, plannen en projecten worden aan een kritisch onderzoek onderworpen en zijn in deze OASE rijk geïllustreerd met fascinerend, vaak onbekend beeldmateriaal. Gepresenteerd worden onder meer de residentie van de Ierse premier (1979), het wedstrijdontwerp voor het Parc de la Villette in Parijs (1982), Villa Palestra voor de Milaan Triennale (1986), het ontwerp voor het stadhuis van Den Haag (1986) en Hotel Furkablick, Zwitserland (1988).

        • 2014

        • 2014

          • Date string
            11/11/2014
            Title
            Filmvertoning bij presentatie OASE # 93
            Educated text tagged
            Op 20 november vertonen OASE en het Architectuur Film Festival Rotterdam de film “Robinson in Ruins” van Patrick Keiller in Floriscoop. Deze film wordt vertoond in het kader van de lancering van Oase #93 over publiek landschap. De film zal worden ingeleid door de redacteurs Michiel Dehaene en Claudia Faraone (Engelstalig). Toegang is 5 euro. De plaatsen zijn beperkt; reserveer een plekje via het formulier op de website van het AFFR.


            Donderdag 20 november 2014,
            19.30uur Floriscoop,
            Graaf Florisstraat 88a

            Rotterdam

            Filmsynopsis:

            De derde film van Patrick Keiller laat Robinson, de duistere, enigszins excentrieke onderzoeker, reizen langs plekken van ‘wetenschappelijk en historisch belang’ in en om Oxford.
            Tien jaar na zijn eerdere reizen rond Londen en Engeland (Robinson in Space), worden filmblikken en geschriften ontdekt die erop wijzen dat Robinson - is dat echter zijn echte naam? - zijn onderzoek hervat nadat hij uit de gevangenis werd vrijgelaten. Hij wil de wereld genezen van ‘een grote ziekte’ (symptomen zijn onder meer de bancaire crisis, opwarming van de aarde, de oorlog in Afghanistan en Irak en de overdracht van Britse eigendommen aan obscure eigenaren). Robinson wilde communiceren met ‘niet-menselijke intelligentie’ vastbesloten om het leven op aarde te behouden. Althans, zo wordt ons verteld door een ex-minnaar (Vanessa Redgrave) van de inmiddels overleden verteller van de eerste twee films.
            Keiller’s geestige en onthullende script verweeft filosofie, kunst, geschiedenis, politiek, economie, wetenschap, landbouw, architectuur en nog veel meer, zelfs surrealistische, mysterieuze en mooie beelden. Een en ander is doordrongen van een diepe liefde voor de natuurlijke wereld, om ons te herinneren aan de risico’s.
        • 2014

          • Date string
            02/05/2014
            Title
            Call for papers OASE 94 | O.M.A. – De beginjaren
            Educated text tagged

            Kernredacteuren:


            In 1989, van 4 maart tot 16 april, werd in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam de allereerste grote retrospectieve in Nederland van het werk van O.M.A./Rem Koolhaas georganiseerd. O.M.A. – The First Decade werd gedeeltelijk georganiseerd (en ontvangen) als een afrekening met Koolhaas’ thuisland: het bureau had vele belangrijk wedstrijden verloren, zoals bijvoorbeeld in Den Haag en Rotterdam. Slechts een derde van de 42 projecten die O.M.A. maakte tussen 1978 en 1989 werden uitgevoerd. Op de vernissage van de tentoonstelling, zei Koolhaas tegen NRC Handelsblad: ‘Ik geloof dat Nederland een beter land zou zijn geweest als tenminste een deel van onze plannen gerealiseerd waren, en ik zeg dat eerder stoïcijns dan rancuneus.’

            Met dit themanummer van OASE willen we nationale of polemische discussies overstijgen, en een blik werpen op de architectuurproductie van O.M.A. tijdens dit eerste decennium, tot aan 1989 – een mythische maar tegelijkertijd niet erg bekende periode in de geschiedenis van het bureau. We willen de voorstellen, plannen en projecten zelf nauwkeurig en kritisch onderzoeken, bijvoorbeeld om na te gaan of – en waarom – zij inderdaad hadden bijgedragen tot een betere ruimtelijke of sociale omgeving. Eerder dan de klemtoon te leggen op – in recent O.M.A.-onderzoek belangrijke – thema’s als mediatisering, receptie of discursieve omkadering, willen we tot dit onderzoek een bijdrage leveren door middel van een frisse kritische kijk op de architectuurontwerpen.

            Daarom zoeken we twee verschillende soorten bijdrages. Enerzijds worden auteurs gevraagd om één O.M.A.-project te kiezen uit de bijgesloten lijst van 42 items (geproduceerd tussen 1978 en 1989), en om het te bespreken — kort (maximum 1500 woorden) maar rijk aan inzichten. Wat stond er op het spel? Wat was de precieze architecturale inzet of beslissing? En hoe slaagde of faalde het ontwerp? Anderzijds worden auteurs gevraagd om één koolhaasiaanse techniek uit deze periode te bespreken in een iets langere tekst (tot 2000 woorden). Welk formeel regime werd er geïnstalleerd, en hoe werd er met context omgegaan? Was er sprake van filiatie met hedendaagse of historische architectuur? En wat waren de ideeën en overtuigingen achter deze architectuurtactieken?

            We hopen dat dit nummer van OASE nieuw licht zal werpen op een van de meest productieve en provocatieve decennia in de geschiedenis van om het even welke moderne architectuurpraktijk, precies door te tonen hoe de architectuur van O.M.A. ‘werkte’ — ruimtelijk, vormelijk en contextueel.

            De deadline voor het inzenden van alle manuscripten (in het Nederlands of in het Engels) voor dit themanummer is 15 augustus 2014, 17u00 US Eastern Time Zone. Inzenden garandeert publicatie niet. Aanvaarde teksten worden gepubliceerd in nummer 94 (april 2015). Voor auteursinstructies, gelieve de kopijaanwijzingen te raadplegen.

            Voor meer inlichtingen of vragen: christophe.vangerrewey@ugent.be
            1. FIRSTDECADE.pdf35,6 KB
              List of O.M.A. projects
            2. OASE_guidelines for articles.pdf50,8 KB
              Guidelines for articles
            3. OASE_kopijaanwijzingen.pdf55,9 KB
              Kopij-aanwijzingen
        • 2014

          • Date string
            29/04/2014
            Title
            Bijzondere presentatie OASE 91 in Amsterdam
            Educated text tagged
            Een gesprek over sfeer in architectuur.

            Twee vermaarde Europese architecten, Peter Zumthor en Juhani Pallasmaa, benoemen beide sfeer als kernthema in de architectuur. InOASE 91 Sfeer Bouwen gaan Zumthor en Pallasmaa het gesprek aan over hoe sfeer te bouwen in de architectuur. OASE 91 bevat ook een uittreksel uit het boek Architektur und Atmosphäre van Duitse filosoof Gernot Böhme, en hij reflecteert op het begrip sfeer in het werk van Peter Zumthor en Juhani Pallasmaa. Op 29 april 2014 nodigt OASE deze drie heren uit het gesprek voort te zetten in Pakhuis de Zwijger. 

            Presentatie

            Datum: Dinsdag 29 april 2014
            Tijd: 20.00 — 22..00 uur
            Locatie: Pakhuis de Zwijger, Piet Heinkade 179, Amsterdam
            Voertaal: Engels
            Prijs: € 25,00

            Vanaf woensdag 2 april 15.00 uur start de kaartverkoop via www.dezwijger.nl/oase91. Het aantal plaatsen in beperkt. Het maximum aantal te bestellen kaarten is 2.

            Programma


            OASE 91 Building Atmospheres

            ‘What do we mean when we speak of architectural quality? It is a question that I have little difficulty in answering. Quality in architecture … is to me when a building manages to move me. What on earth is it that moves me? How can I get it into my own work? …  How do people design things with such a beautiful, natural presence, things that move me every single time. One word for it is Atmosphere.’ — Peter Zumthor

            OASE 91 sfeer bouwen belicht een aantal projecten bezien door de ogen van schrijvers, filmmakers en andere kunstenaars waarbij sfeer een belangrijke rol speelt. 

            Redactie: 

            Met bijdragen van:

            Bestel OASE 91 via www.nai010.com/oase91 (€ 19.95)
        • 2014

          • Date string
            10/03/2014
            Title
            Nu beschikbaar: OASE 91. Codes en continuïteiten
            Educated text tagged
            OASE 92 Codes en continuïteiten focust op een generatie van moderne architecten die in de schaduw van bekende tijdgenoten zijn gebleven. OASE wil hiermee aantonen dat deze ‘architecten van de schaduwcanon’ heel verschillende opvattingen over moderniteit vertegenwoordigen, die een vertrekpunt kunnen betekenen voor het opnieuw doordenken van hedendaagse ontwerpattitudes. Hun alternatieve moderne ontwerphoudingen worden verkend via analyse, evaluatie en bespreking van concrete projecten en tonen een eigenzinnige zoektocht naar het scheppen van continuïteiten met de architectuur van vóór het modernisme. 

            Vooraanstaande auteurs beschrijven hoe moderne architecten als Fernand Pouillon, Kay Fisker, Fernando Tavora en Giovanni Muzio zich bezighielden met de taal en de recente en klassieke geschiedenis van architectuur. Deze projectenstudie wordt voorafgegaan door een artikel waarin Vittorio Magnago Lampugnani de notie ‘nieuw’ binnen de hedendaagse architectonische cultuur problematiseert. De architecten van de schaduwcanon zijn van groot belang voor de hedendaagse ontwerppraktijk en het denken over architectuur.
        • 2014

            1. Date string
              16/01/2014
              Title
              Reacties op OASE 91
              Educated text tagged
              OASE 91 krijgt een zeer positieve recensie van James Taylor-Foster op Archdaily. Ook Archidose geeft een recensie van OASE op de blog A Daily Dose of Architecture. Daarnaast wordt het nieuwste nummer ook benoemd in een artikel van drs. ir. Jan den Boer op de website van Cobouw. Op Archined is een uitvoerig artikel te vinden getiteld: Een treffen van sferen: reflectie op het begrip sfeer bij Juhani Pallasmaa en Peter Zumthor en op de website van De Architect noemt Sander Woertman OASE 91 een van zijn favoriete architectuurboeken uit 2013!
          • 2013

            • Date string
              17/12/2013
              Title
              Nu beschikbaar: OASE 91. Sfeer bouwen
              Educated text tagged
              Atmosphere is an essential concept for Swiss architect Peter Zumthor.  In his text Atmospheres (1996), Zumthor identified a series of themes that play a role in his work in achieving architectonic atmosphere. OASE exchanges ideas with Zumthor about the current relevance of this text, and about the practice of bringing together these elements in the design and construction process. Finnish architect Juhani Pallasmaa relates atmosphere in architecture to examples and theories from other disciplines like psychology and the visual arts. Zumthor and Pallasmaa also introduce the work of contemporary architects who in their view succeed in truly creating atmosphere through construction.

              Peter Zumthor is winner of the 2009 Pritzker Prize and 2013 RIBA Royal Gold Medal. Zumthor has taught at Southern California Institute of Architecture in Los Angeles (1988), and the Harvard Graduate School of Design (1999) among others. 

              Juhani Pallasmaa is Ruth & Norman Moore Visiting Professor at Washington University in St. Louis, Misouri as well as the current Plym Professor at the University of Illinois at Urbana-Champaign in Champaign, Illinois. Pallasmaa’s book The Eyes of the Skin – Architecture and the Senses has become a classic of architectural theory and is required reading on courses in many schools of architecture around the world.
          • 2013

            • Date string
              17/12/2013
              Title
              Leeuwendalersweg 623–667, 3 Scenes
              Educated text tagged
              De redactie van OASE heeft filmmaker Nanouk Leopold en beeldend kunstenaar Daan Emmen gevraagd te reageren op de collectieve ruimte in het woongebouw in de Kolenkitbuurt in Amsterdam ontworpen door korth tielens architecten. Hun bijdrage bestaat uit een beeldmontage van 27 videostills en een online presentatie.

              Opnames voor dit werk zijn gemaakt in het trappenhuis / entreehal van het appartementencomplex aan de Leeuwendalersweg 623–667 in de Kolenkitbuurt in Amsterdam West.

              Lees meer …
          • 2013

              1. Date string
                02/08/2013
                Title
                OASE at CCA, Montreal
                Educated text tagged

                A discussion on architectural magazines and publishing with Pierre Chabard, co-founder of the biannual French magazine Criticat, and Véronique Patteeuw, editor of OASE.

                Chabard will discuss Criticat’s production process as well as its editorial line-up and approach to architectural criticism. Patteeuw will present OASE within the field of architectural publishing and its latest issue addressing the question “what is good architecture?”.

                Event information: 
                8 August 2013, 6:00 pm 
                CCA Bookstore
                Free Admission

                more information

            • 2013

                1. Date string
                  19/06/2013
                  Title
                  OASE 90 in Abitare 533
                  Educated text tagged
                  “Abitare” and the editors (Christophe Van Gerrewey, Véronique Patteeuw and Hans Teerds) of OASE 90 come together to examine and discuss possible answers to this question, considering the various points of view and stances taken in response to the simple, yet complex question: “What is Good Architecture?”
              • 2013

                • Date string
                  27/06/2013
                  Title
                  Presentation OASE 90. What is good architecture?
                  Educated text tagged

                  The recently published issue n°90 of the architectural journal OASE is entitled “What is good architecture?”. Bob Van Reeth and the curators of the Bob Van Reeth exhibition, Bart Verschaffel and Christophe Van Gerrewey contributed amongst others to this issue. On June 27, during the nocturne at BOZAR, the issue will be presented by OASE editor Véronique Patteeuw. Afterwards Bob Van Reeth will talk about his view on architectural quality, a view that will be challenged by other definitions of good architecture.

                  Date:
                  27th of June 2013, 7:30 pm

                  Place: 
                  at the entrance of the exhibition  Bob Van Reeth: Architect

                  Entrance: 
                  free — reservation via www.bozar.be

                  Language:
                  Dutch

                  Coproduction:
                  Bozar Architecture, A+Belgian Architectural Review

              • 2013

                • Date string
                  29/05/2013
                  Title
                  Now available: OASE 90. What Is Good Architecture?
                  Educated text tagged
                  Many problems in today’s architecture world would vanish if every once in a while it was clearer what is meant by good architecture. The ‘crisis of criticism’, for instance, is a symptom – seldom recognised as such – of the impossibility of knowing (or daring to know) what good architecture is. The assumption, critical in itself (and certainly useful), that each architecture project has to be judged anew each time has led everyone to unquestioningly assume that there is no values model for architecture. It has also ensured that the last models for evaluating architecture (modernism and postmodernism) are been followed merely by perversions (supermodernism, retromodernism, etcetera) or by ideals made into science (sustainability, mathematical models and regionalism).

                  Nevertheless, it is impossible to work with architecture – in design, theory or history – without making assumptions about criteria for quality. Just because a unique values model no longer exists does not mean that different values models cannot exist side by side. This issue of OASE uncovers and makes explicit the assumptions underlying these models, by posing the simple question ‘What is good architecture?’ in different ways and have it answered by people whose ‘main occupation’ is architecture. 

                  Of course the question of good architecture cannot be answered unequivocally and definitively. But simply because a question is certain to have an infinite number of answers does not mean it should not be asked. This issue of OASE can be like a banquet at which each guest selects something entirely different from the menu in a well-reasoned and forthright way – and so keeps the architecture party going.

              • 2013

                  1. Edmond Sacré, Bagattenstraat, 1908
                • Date string
                  25/04/2013
                  Title
                  Presentatie: OASE 89. Medium
                  Educated text tagged

                  OASE 89 wordt op 25 april gepresenteerd in het Stadsmuseum Gent (STAM).

                  Klaske Havik stelt het nummer voor.
                  Lada Hrsak licht het project ‘Scramble City’ toe.
                  Michiel Dehaene gaat met Bart Verschaffel en Rudi Laermans in gesprek over de middelgrote stad. 

                  stamgent.be

              • 2013

                  1. Karel Martens, Monoprint on discarded system card
                • Date string
                  01/04/2013
                  Title
                  Karel Martens in Parijs
                  Educated text tagged

                  Le graphiste néerlandais Karel Martens occupe une place essentielle dans le paysage du graphisme, de l’art et du design d’aujourd’hui. L’un des praticiens les plus importants de sa discipline, Martens a développé depuis 1961 un travail à la fois appliqué et autonome, personnel et expérimental.

                  Ses contributions au graphisme incluent des timbres et des cartes téléphoniques, des revues et des livres, mais également de la signalétique et des interventions spécifiques dans des bâtiments. Sa pratique d’artiste, intimement liée à celle du graphiste, se développe autour d’une fascination pour la matérialité du papier, l’impression d’artefacts industriels et des constructions géométriques et “kinétiques”.

                  Parmi ses nombreuses distinctions: le prix H.N. Werkman (1993) pour la conception graphique de la revue OASE, le prix Dr A.H. Heineken de l’art (1996), la médaille d’or à la Foire du livre de Leipzig (1998) et la Gerrit Noordzijprijs (2012). Martens enseigne à la Yale School of Art, et a co-fondé l’école Werkplaats Typografie en 1997.

                  Karel Martens s’entretient avec Véronique Patteeuw, architecte de formation, enseignante à l’ENSAP Lille et éditrice de la revue OASE.

              • 2013

                • Date string
                  12/02/2013
                  Title
                  Nu beschikbaar: OASE 89. Medium. Beelden van de middelgrote stad
                  Educated text tagged

                  OASE 89 is gewijd aan de beeldvorming van de middelgrote stad. Niet alleen aan de manier waarop deze geïnterpreteerd wordt, maar ook hoe deze door stedenbouwkundig ontwerpers en architecten wordt geproduceerd. Het stedenbouwkundig discours heeft zich lang op fenomenen als de generieke stad gericht. OASE 89 heeft daarentegen ook aandacht voor de typisch Europese conditie die gekenmerkt wordt door de grote hoeveelheid kleine en middelgrote steden. Tegenover de (Aziatische) ‘generic city’, gekarakteriseerd door haar grootschaligheid en verlies van (historische) identiteit en publiek domein, komt dan de Europese middelgrote stad te staan: een stad met historische en geografische identiteit. Het model van deze Europese ‘generic city’ is daarmee een veerkrachtig model, dat juist in het licht van de hedendaagse stedelijke problematiek stand houdt.

              • 2012

                • Date string
                  01/11/2012
                  Title
                  Nu verkrijgbaar: OASE 88. Tentoonstellingen. Architectuur tonen en produceren
                  Educated text tagged

                  OASE 88 onderzoekt de rol van de architectuurtentoonstelling als plaats van productie. Het nummer koppelt architectuurtheorie aan ontwerppraktijk en brengt historische voorbeelden in verband met hedendaagse ontwerpkwesties. Hierbij beschouwt het de tentoonstelling als ruimte voor experiment en als een alternatief voor de architectuurpraktijk.

                  Tentoonstellingen spelen een fundamentele rol in het vormen en ontwikkelen van de architectuurcultuur. Los van hun historiografische rol – het werk van sommige architecten naar voor schuiven en dat van anderen naar de achtergrond – zijn tentoonstellingen ook een middel om bewegingen te identificeren, om discours te presenteren en nieuwe vormen van ontwerp aan te zwengelen. Maar tentoonstellingen zijn ook gebouwde ruimtelijke manifestaties an sich, plekken waar ongerealiseerde ontwerpvoorstellen publiek worden gemaakt. In die zin bieden ze op uiteenlopende wijze de gelegenheid voor de ontwikkeling van een experimentele ontwerppraktijk.

              • 2012

                • Date string
                  23/08/2012
                  Title
                  Nu verkrijgbaar: OASE 87. Alan Colquhoun
                  Educated text tagged

                  OASE 87 is gewijd aan het denken en de positie van de Britse architect Alan Colquhoun gesitueerd binnen het hedendaagse debat over de architectuurkritiek. Dit nummer presenteert niet alleen de verschillende thema’s die Colquhoun onder de aandacht heeft gebracht, maar ook de afwisselende posities die hij ingenomen heeft in zijn carrière: student, criticus and ontwerper.

              • 2012

                  1. Date string
                    06/07/2012
                    Title
                    Publieke lezing door Owen Hatherley
                    Educated text tagged

                    Owen Hatherley spreekt in het kader van de Werkplaats Typographie End of the Year Show op vrijdag 6 juli in De Ateliers in Amsterdam. 

                    Hatherley schrijft over architectuur, stedenbouw en populaire cultuur, en woont en werkt in Londen. Hij is één van de auteurs van OASE’s komende nummer OASE 87 ‘Alan Colquhoun’.

                    Publieke lezing:
                    vrijdag 6 juli 17:00-18:00
                    gevolgd door de opening van de tentoonstelling met borrel, 18:00-21:00

                    Locatie:
                    De Ateliers, Stadhouderskade 86, 1073 AT Amsterdam

                     

                • 2012

                  • Date string
                    08/06/2012
                    Title
                    Binnnenkort: OASE 87. Alan Colquhoun
                    Educated text tagged

                    OASE 87 is geheel gewijd aan het denken en de positie van de Britse architect Alan Colquhoun (1921) gesitueerd binnen het hedendaagse debat over de architectuurkritiek. Al sinds de jaren vijftig manifesteert Colquhoun zich met constructieve bijdragen aan het discours en de theorievorming rond de architectuur.

                    Redactie: Tom Avermaete, Christoph GrafeHans Teerds

                    Inhoud

                    Tom Avermaete, Christoph Grafe, Hans Teerds
                    Compositie en typologie. De bouwprojecten van Alan Colquhoun

                    Kenneth Frampton
                    ‘Geen individueel eigendom’: de ideeën van Alan Colquhoun

                    Stanislas von Moos
                    A.C. over L.C.

                    Angelika Schnell
                    Wat met geschiedenis bedoeld wordt

                    Françoise Fromonot
                    Ristretti: Alan Colquhoun’s negentigste

                    Owen Hatherley
                    Twee opmerkingen over Alan Colquhoun

                    Christian Kieckens
                    Modernical

                    Michiel Riedijk
                    De rivier en de veerboot. Een korte beschouwing over Alan Colquhoun’s ‘Typology and Design Method’

                    Paul Vermeulen
                    Na de avant-garde

                    Tom Avermaete and Christoph Grafe
                    Een gesprek met Alan Colquhoun

                • 2012

                    1. Date string
                      30/05/2012
                      Title
                      Nu beschikbaar: abstracts van OASE artikelen
                      Educated text tagged

                      Om het wetenschappelijk karakter van OASE te verhogen, publiceert het tijdschrift vanaf nummer #81 abstracts van alle artikelen. Deze abstracts geven een helder inzicht in de inhoud van elke bijdrage en laten academici toe om de website nog beter te gebruiken in hun onderzoek. De inhoud van alle abstracts kan ook doorzocht worden via de website’s zoekmachine.

                  • 2012

                      1. Pilgrimage church from Sint Jan van Nepomuk, Ždár - Giovanni Santini Aichel
                    • Date string
                      12/04/2012
                      Title
                      OASE 86 op Archined
                      Educated text tagged

                      De 86ste editie van het tijdschrift OASE is geheel gewijd aan barok. Over de verbanden tussen een Tsjechisch bedevaartskerkje, de Berlijne Filharmonie en een Nationalparkzentrum in het Zwitserse Zernez. 

                      Lees meer op Archined

                  • 2012

                      1. Date string
                        06/03/2012
                        Title
                        Nieuw OASE redactielid
                        Educated text tagged

                        Christophe Van Gerrewey is wetenschappelijk onderzoeker (FWO) aan de vakgroep Architectuur en Stedenbouw van de universiteit Gent. Hij bereidt een doctoraat voor over naoorlogse architectuurkritiek. Hij is redacteur van Rooted in the Real. Writings on Architecture by Geert Bekaert (2011) en publiceert over architectuur en de kunsten. In 2012 verscheen zijn romandebuut Op de hoogte bij De Bezige Bij Antwerpen.

                    • 2012

                    • 2011

                      • Date string
                        30/12/2011
                        Title
                        Nieuw: OASE 86. Barok
                        Educated text tagged

                        In OASE 86 wordt de architectuur van de barok onder de loep genomen en getoetst op haar relevantie voor de moderne en hedendaagse architectuur. Aan de hand van een aantal historische studies wordt bekeken op welke manier de complexe geometrische composities en oppervlaktebehandelingen van de barok gekoppeld kunnen worden aan de ontwerppraktijk van vandaag. Daartoe wordt aandacht besteed aan (vaak nog onderbelichte) bouwwerken uit dit tijdvak, zoals de Boheemse barok van Santini Aichel en het werk van Nicholas Hawksmoor, maar ook aan de receptie van de barok door architecten als Hans Scharoun en Luigi Moretti. Daarnaast wordt in interviews met Hermann Czech en Christ & Gantenbein en met studies van het werk van bijvoorbeeld Robbrecht en Daem en Valerio Olgiati onderzocht op welke manier de barok een voedingsbodem is voor de recente Europese architectuurpraktijk.

                        Kernredactie: David de Bruijn, Maarten Delbeke, Job Floris, Christoph Grafe, Ruben Molendijk, Tom Vandeputte

                        Met bijdragen van: Andrew Leach, Dirk De Meyer, Christian Kieckens, Luigi Moretti, Hans Scharoun, Martijn van Beek, Irina Davidovici

                    • 2011

                        1. Date string
                          28/12/2011
                          Title
                          Call for Papers: OASE 89. Medium. Beelden van de middelgrote stad
                          Educated text tagged

                          Europa is een continent van kleine en middelgrote steden. Dat kan een verdedigbare geografische stelling zijn maar geldt meer nog als een statement over de dominante stedelijke verbeelding die er heerst. Als de metropool bij uitstek de plaats van de moderne stedelijke ervaring is, dan is de kleine en middelgrote stad de plek bij uitstek waar de moderniteit wordt geabsorbeerd en een vertrouwd en vertrouwenwekkend gezicht verwerft. Ze is de natuurlijke habitat van een reformistische stedenbouw en architectuur die de moderniteit omarmt, daarbij niet meteen kiest voor een compromisloos modernistisch idioom maar het nieuwe verpakt in een project dat inzet op herkenbaarheid en leesbaarheid.

                          Ooit het centrum van zijn eigen ommeland is de middelgrote stad meer dan ooit deel van een horizontaal stedelijk netwerk waarin de kansen en problemen van de hedendaagse stedelijke samenleving neerslaan. De grote maatschappelijke opgaves, demografie, migratie, mobiliteit, ecologie, zijn net zo goed uitdagingen voor de grote, de middelgrote als de kleine stad.  In die context is vandaag de middelgrote stad opnieuw de plek waar de stedelijke beeldvorming rondom de Europese stad herijkt wordt – dat uit zich zowel in de terugkeer van oude beelden en van een stedenbouw die het kleinstedelijke als ijkpunt neemt voor een verhaal over duurzame ontwikkeling (bijvoorbeeld transition towns), maar ook in de herontdekking van het mediërend vermogen van de middelgrote stad om nieuwe beelden te ontwikkelen (bijvoorbeeld de studie ‘Mid-Size-Utopia’, Zandbelt&vandenBerg). De middelgrote stad is daarbij goed uitgerust om met het wisselend positiespel binnen de vernetwerkte stedenlandschappen om te gaan. We zijn getuige van de heruitvinden van een historisch stedennetwerk, waarbij niet langer de centraliteit van de stad ten aanzien van zijn hinterland vooropstaat, maar deze verschijnt als punt van uitwisseling in een open stedennetwerk.

                          Voor een nummer van OASE gewijd aan dit thema zijn we op zoek naar bijdragen over projecten of ontwerpend onderzoek die zich specifiek op de middelgrote stad richten als plaats waar de geruisloze transformatie van het continent Europa zich verruimtelijkt en voorwerp wordt van stedenbouw en architectuur. Auteurs die deze problematiek uit een ander perspectief dan het ontwerpmatige willen benaderen, raden we aan te reageren op de Call For Papers van het Ghent Urban Studies Team voor het colloquium ‘Mid-Size City.The dual nature of urban imagery in Europe during the long 20th century’ (Gent, 19-21 april 2012). Auteurs kunnen ook reageren op beide Call For Papers.

                          Zend abstracts van max. 500 woorden voor 31 januari 2012 naar bruno.notteboom@ugent.be.

                          OASE 89 verschijnt eind 2012; de geselecteerde full papers worden verwacht tegen eind maart.

                      • 2011

                          1. Date string
                            20/11/2011
                            Title
                            Call for Papers: OASE 88. The Exhibition as a Site of Production
                            Educated text tagged

                            OASE schrijft de volgende call for papers uit voor haar komende nummer over tentoonstellingen:

                            What possible relations can the exhibition assume in relation to architectural practice? How does its dual character, appearing both as a spatial situation in its own right and as a vehicle for making unrealised proposals known to a public, provide an opportunity to produce new discourses, experimentally stage architectural practice, or reconsider disciplinary limits? 

                            OASE 88 examines the role of the architectural exhibition as site of production, rather than a strictly representative device. Bridging theory and practice, and relating historical examples to contemporary concerns, it considers the exhibition as a medium for architectural experimentation, providing an alternative to the built project as a bearer of architectural practice.

                            OASE invites architects, historians and theorists to contribute to the upcoming issue. We specifically welcome case studies of historical exhibitions related to the above-mentioned questions.

                            Abstracts of max. 500 words are due before 15 December 2011, e-mail to vpatteeuw@gmail.com and t.g.e.vandeputte@gmail.com

                            OASE 88 will be released in the course of 2012; selected authors will be expected to deliver their full papers by spring 2012.

                             

                             

                             

                             

                             

                             

                             

                             

                             

                        • 2011

                            1. Photo: David Bennewith
                          • Date string
                            11/11/2011
                            Title
                            Documentaire over OASE ontwerper Karel Martens
                            Educated text tagged

                            Het werk van Karel Martens neemt in het huidige Europese kunst-en-designlandschap een intrigerende plaats in. Tijdens zijn nu al vijftig jaar durende carrière heeft Martens vooral veel boeken ontworpen, maar ook tijdschriften, munten, postzegels, en typografische interventies op gevels.

                            De documentaire over Martens is onderdeel van het televisieprogramma ‘De Canvasconnectie’, 13 november 2011, op CANVAS (BE) om 20.15.

                            Trailer

                        • 2011

                            1. Date string
                              10/11/2011
                              Title
                              Symposium 'Maquettes: Over de verbeelding en de realiteit'
                              Educated text tagged

                              Naar aanleiding van het verschijnen van OASE 84 ‘Maquettes’ organiseert OASE redacteur Anne Holtrop in samenwerking met KAdE een symposium over maquettes op 17 november 2011 in de Kunsthal in Amersfoort.

                              Het programma voor de avond:

                              19:00 Zaal open en gelegenheid de tentoonstelling MärklinWorld te bezoeken (voor €3,50 i.p.v. €7)
                              19:30 Begin symposium

                              Introductie door Anne Holtrop (moderator van de avond).

                              Spreker: Christophe Van Gerrewey over de maquette als een zelfstandig werk van architectuur. De maquette is in de traditionele architectuurpraktijk een surrogaat voor het gebouw, een probeersel, communicatiemiddel of souvenir. Echter in het werk van sommige architecten, zoals dat in het werk van Rem Koolhaas, bestaat het verlangen om de middelen van architectuur een eigen leven te gunnen. De maquette krijgt daarmee een zelfstandig karakter, waarmee het zich losweekt van enkel de representatie van een gebouw, naar een idee van architectuur op zich.

                              Spreker: Krijn de Koning over de verbeelding. Ook de fysieke realiteit kent een andere ‘softe’ waarheid. Die softe waarheid gaat over de kijk op de fysieke realiteit, als zijnde een relatieve, tijdelijke en veranderlijke constructie, die eigenlijk ‘leeg’ is. Maar ook leeg van betekenis. Het betekenisloos kunnen benaderen maakt dat alles nog open staat, niets concreet is, maar er wel een groot vertrouwen is dat de dingen ook ‘echt’ kunnen zijn. Zo werkt het ook met ‘modellen’ die de verbeelding prikkelen. De verbeelding is in principe altijd perfect.

                              Het symposium wordt in het Nederlands gehouden en zal rond 22:00 uur afgelopen zijn. 

                              Zie de website van Kunsthal KAdE voor meer informatie.

                          • 2011

                              1. Photo: Dorine van Meel
                              2. Photo: Carlo Menon
                            • Date string
                              03/11/2011
                              Title
                              Paneldiscussie 'Constructing Criticism'
                              Educated text tagged

                              Zaterdag 5 november a.s. modereren OASE redactieleden Veronique Patteeuw en Tom Vandeputte een paneldiscussie aan de Architectural Association, Londen over nieuwe vormen van kritiek in recente architectuurpublicaties. Deelnemers aan de discussie zijn Tina di Carlo (Log), Matteo Ghidoni (San Rocco), Benedikt Boucsein (Camenzind), Ian Pollard (matzine), Tiago Casanova (scopio) en Sebastian Craig (Touching on Architecture).

                              Het evenement vindt tussen 16.00 en 17.00 plaats in de New Soft Room, Architectural Association, 36 Bedford Square, London WC1B 3ES.

                              Meer informatie

                          • 2011

                              1. Photo: OASE
                            • Date string
                              30/10/2011
                              Title
                              OASE op de Architectural Association, Londen
                              Educated text tagged

                              OASE is geselecteerd om deel te nemen aan de tentoonstelling ARCHIZINES in de Architectural Association School of Architecture, London. ARCHIZINES onderzoekt de recente opleving in alternatieve en kritische publicaties met 60 nieuwe fanzines, magazines en academische tijdschriften van over de wereld. De tentoonstelling, gecureerd door Elias Redstone, loopt van 5 november tot 14 december 2011. De opening vindt plaats op vrijdag 4 november en wordt gevolgd door twee paneldiscussies in de AA School of Architecture op zaterdag 5 November.

                              AA Website

                          • 2011

                          • 2011

                            • Date string
                              28/09/2011
                              Title
                              OASE 81 wint CICA Pierre Vago Journalism Award
                              Educated text tagged

                              Het International Committee of Architectural Critics (CICA) heeft aangekondigd dat de CICA Pierre Vago Journalism Award 2011 wordt toegekend aan OASE 81 ‘Constructing Criticism’.

                              De complete lijst van winnaars is bekendgemaakt op het CICA Symposium, dat plaatsvond tijdens het UIA World Congress Tokyo 2011 op 28 september in het kader van het Tokyo International Forum. De internationale jury verantwoordelijk voor de toekenning van de prijs bestond uit Joseph Rykwert (USA/UK), Manuel Cuadra (Duitsland), Sengül Gür (Turkije), Louise Noelle (Mexico) and Jennifer Taylor (Australië).

                              Lijst van winnaars (PDF)

                          • 2011

                              1. Date string
                                14/07/2011
                                Title
                                OASE Lezersenquête
                                Educated text tagged

                                Redactie en uitgever zijn bijzonder geïnteresseerd naar de mening en waardering van de lezers van Oase. Wij stellen het daarom zeer op prijs indien u de moeite wilt nemen dit formulier in te vullen en op te sturen.

                            • 2011

                              • Date string
                                06/07/2011
                                Title
                                Recent verschenen: OASE 84
                                Educated text tagged

                                In OASE #84 staat de architectonische maquette centraal. Maquettes zijn een vanzelfsprekend deel van het architectonisch metier. Zo vanzelfsprekend dat er nauwelijks is nagedacht over de specifieke bijdrage van deze fysieke modellen aan het vak. In een tijd waarin de computervisualisaties de architectonische (re)presentatie domineren, lijkt het einde van de maquette nabij. Terwijl in de architectuur de rol van de maquette onderbelicht blijft en zelfs ter discussie komt te staan, wordt in de beeldende kunst het ruimtelijke vermogen van de maquette juist ontdekt. De door kunstenaars gemaakte maquettes brengen de kracht en de kwaliteit van architectonische modellen opnieuw aan het licht. In OASE 84 worden deze speciale eigenschappen onderzocht.

                                Presentatie van OASE 84 op woensdag 6 juli 2011 in het Gemeentemuseum Den Haag

                            • 2011

                              • Date string
                                06/07/2011
                                Title
                                Presentatie OASE 84
                                Educated short text tagged

                                Presentatie van OASE 84 op woensdag 6 juli 2011 in het Gemeentemuseum Den Haag met lezingen van Stefaan Vervoort over de maquette in het domein van de kunsten en van Christophe Van Gerrewey over de maquette in het domein van de architectuur.

                            • 2011

                              • Date string
                                01/06/2011
                                Title
                                Tentoonstelling over OASE’s vormgever Karel Martens
                                Educated text tagged

                                Galerie The Narrows in Melbourne, stelt Karel Martens’ bijdrage aan de grafische vormgeving van OASE centraal. Sinds 1990 (Nummer 28), is Martens artistiek directeur van het tijdschrift en ontwikkelt voor elk nummer de vormgeving, vaak in samenwerking met studenten van de Werkplaats Typografie, een experimentele typografie school opgericht door Martens in 1998 samen met Wigger Bierma. Wat begon als een studentenblad, groeide uit tot een internationaal professioneel tijdschrift waarin een reflectieve en kritische benadering van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur centraal staat. Het succes van OASE, dat recent zijn 75ste nummer vierde, is deels te danken aan de sterke grafische vormgeving van Karel Martens, waarin druktechnieken en typografische experiment een dialoog aangaan met elkaar en met de architectuur van het tijdschrift. De tentoonstelling presenteert alle 56 nummers van OASE ontworpen door Karel Martens, samen met vormexperimenten en proeven uit zijn design studio.

                                Info:
                                The Narrows
                                Eye Magazine

                            1. 17/08/2015
                              Presentatie van OASE 94 met Rem Koolhaas op donderdag 3 september 2015 in de Kunsthal

                              Samenstellers Christophe Van Gerrewey en Véronique Patteeuw praten met Rem Koolhaas over de eerste tien jaar van Office for Metropolitan Architecture.

                              Lees meer

                            2. 12/08/2015
                              OASE 94: wedstrijd Parc de la Villette 1982 - CORRECTIE

                              Bernard Tschumi heeft de redactie van OASE ingelicht over een fout in de tekst van George Baird, gepubliceerd in OASE 94 (OMA De eerste tien jaar), over de wedstrijd voor het Parc de la Villette in 1982.

                              Lees meer

                            3. 09/07/2015
                              Call for papers OASE 96 | SOCIAL POETICS _ de architectuur van gebruik en

                              De architectuur van gebruik en toe-eigening.
                              Dit nummer van OASE plaatst zich in een traditie die een centrale rol toekent aan gebruik en toe-eigening in het denken over architectuur. De nadruk op gebruik en toe-eigening behoort tot een meervoudige kritiek van de architectuur.

                              Lees meer

                            4. 15/05/2015
                              Doorschijnende tegenstellingen. Het voorstel van OMA voor de architectuurbiënnale van 1980 in Venetië. Léa-Catherine Szacka in gesprek met Rem Koolhaas en Stefano de Martino
                              1. Figure/afbeelding 1

                              Tentoonstellingen en performatieve ruimtes staan sinds lang centraal in het werk van OMA – en nu voornamelijk van AMO. Twee sleuteltentoonstellingen uit de late twintigste eeuw bakenen ruwweg dezelfde tijdsperiode af als OASE 94, waarvan de titel verwijst naar de OMA-expositie The First Decade in 1989 in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Enerzijds is er OMA’s aanwezigheid in de Strada Novissima op de eerste internationale architectuurtentoonstelling van de Biënnale van Venetië, waarvoor een gevel werd ontwikkeld tussen 1979 en 1980, en anderzijds is er de tentoonstelling Deconstructivist Architecture die opende in juni 1988 in het MoMA in New York. Toch is de gevel voor de Strada Novissima afwezig in elke OMA-chronologie. Wat is de betekenis van het project en waar stond het voor? Wat waren de overeenkomsten tussen OMA’s polemische deelname en andere projecten waarin Koolhaas’ paradoxale geschiedenisopvatting oplicht?


                              Lees meer

                            5. 16/04/2015
                              Nu verkrijgbaar: OASE 94. OMA. De eerste tien jaar

                              Dit themanummer van OASE werpt een nieuw licht op de architectuurproductie van OMA tijdens de eerste tien jaar (1978-1989) – een mythische maar tegelijkertijd niet erg bekende periode in de geschiedenis van het wereldberoemde bureau van Rem Koolhaas.


                              Lees meer

                            6. 16/12/2014
                              Volledig interview OASE#93 "Het landschapsdebat in de Lage Landen" online beschikbaar

                              Op 26 juni 2014 werden Joachim Declerck, Frits Palmboom en Dirk Sijmons geïnterviewd door Michiel Dehaene, Bruno Notteboom en Hans Teerds over het thema van OASE#93 ” Landschap Publiek Maken, Publiek Landschap Maken”. Het volledige interview is nu terug te vinden op onze website.

                              Lees meer

                            7. 11/11/2014
                              Filmvertoning bij presentatie OASE # 93

                              Op 20 november vertonen OASE en het Architectuur Film Festival Rotterdam de film “Robinson in Ruins” van Patrick Keiller in Floriscoop. Deze film wordt vertoond in het kader van de lancering van Oase #93 over publiek landschap. De film zal worden ingeleid door de redacteurs Michiel Dehaene en Claudia Faraone (Engelstalig). Toegang is 5 euro. De plaatsen zijn beperkt; reserveer een plekje via het formulier op de website van het AFFR.

                              Lees meer

                            8. 02/05/2014
                              Call for papers OASE 94 | O.M.A. – De beginjaren

                              Met dit themanummer van OASE willen we nationale of polemische discussies overstijgen, en een blik werpen op de architectuurproductie van O.M.A. tijdens dit eerste decennium, tot aan 1989 — een mythische maar tegelijkertijd niet erg bekende periode in de geschiedenis van het bureau.

                              Lees meer

                            9. 29/04/2014
                              Bijzondere presentatie OASE 91 in Amsterdam

                              Een gesprek over sfeer in architectuur met Peter Zumthor, Juhani Pallasmaa en Gernot Böhme

                              Lees meer

                            10. 10/03/2014
                              Nu beschikbaar: OASE 91. Codes en continuïteiten

                              OASE 92 Codes en continuïteiten focust op een generatie van moderne architecten die in de schaduw van bekende tijdgenoten zijn gebleven. 

                              Lees meer

                            11. Meer nieuws …